(Bron: Leeuwarder Courant)
De groene doorbraak blijft uit
Een historische kans, zo jubelden vier linkse partijen toen ze precies twintig jaar geleden besloten zich aaneen te sluiten tot GroenLinks. Maar een echte doorbraak heeft de nieuwe partij niet opgeleverd. Hoe komt dat?
Getuigenispartijen werden ze wel genoemd, de PSP, de PPR, de CPN en de EVP. Partijen voor mensen met rotsvaste overtuigingen, waar gedreven politici het gedachtegoed op stevige wijze konden neerzetten. De PSP was principieel pacifistisch en dus tegen elke vorm van ontwapening. De PPR legde de nadruk meer op een schoon milieu. De CPN kwam op voor de arbeiders en de EVP vertolkte de stem van linkse christenen. Maar het bleef wel bij mooie idealen. Met elk twee of drie zetels in het parlement hadden de vier partijen te weinig macht. Toch stonden veel mensen sympathiek tegenover het pacifistische of het ‘groene’ gedachtegoed.
Maar als puntje bij paaltje kwam, stemden ze toch liever op de grote PvdA. Ze waren bang dat hun stem anders verloren zou gaan. Alleen een grote PvdA zou een rechtse regering kunnen voorkomen. Zo zat ‘klein links’ in een vicieuze cirkel. De CPN maakte zelfs een zieltogend bestaan door. In 1986 verdween zij uit de Tweede Kamer. Eendracht maakt macht, luidt het gezegde en samenwerking lag voor de hand. De verschillen tussen vooral de PPR en de PSP waren niet groot. Anders lag het met de CPN. Dat was een partij voor socialisten van de oude stempel, voor wie vooral meer macht voor de arbeiders en meer loon, betere woningen en goede sociale voorzieningen belangrijk waren. De EVP bestond nog niet zo lang en had alleen van 1982 tot 1986 een zetel in de Tweede Kamer. Aanvankelijk voelde de CPN er niets voor helemaal in een nieuwe partij op te gaan, want dat zou toch het einde betekenen van het communistische gedachtegoed in Nederland. Maar op 2 mei 1989 viel het kabinet Lubbers II en toen kwam de samenwerking tussen de kleine linkse partijen in een stroomversnelling. Na een congres op 22 mei 1989 besloten de vier partijen bij de komende kamerverkiezingen toch met een gezamenlijke lijst uit te komen. Het resultaat viel, met zes zetels bij de verkiezingen, wat tegen bij de verwachtingen. De peilingen hadden zeker
tien zetels in het vooruitzicht gesteld. Met een gezamenlijke lijst was er nog geen gemeenschappelijk programma en een gedeelde ideologie. Dat moest zich sedert 1989 geleidelijk ontwikkelen. De CPN heeft in de loop der jaren steeds meer moeten inleveren. Zo stonden er in de beginselverklaringen en programma’s aanvankelijk nog elementen als nationalisatie van het grondbezit en lag
de nadruk sterk op de planning van de economie. Maar, zo schrijven Paul Lucardie en Gerrit Voerman in een artikel van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, de populariteit van het liberalisme in Nederland kreeg ook invloed op Groen- Links. Het socialistische gedachtegoed verdween langzaam maar zeker naar de achtergrond. Wel ontstond er de NCPN, de nieuwe CPN, maar die trok buiten Oost-Groningen weinig aanhang. Wel bleef de partij sterk de nadruk leggen op milieu. Punt van discussie was of de ‘vergroening’ van de economie bereikt moest worden door een sterke overheidsplanning, die zelfs wereldwijd moest zijn, of door een systeem van belasting op vervuiling en subsidies voor schone maatregelen. De nadruk verschoof naar het laatste. Mede doordat GroenLinks al snel jonge leden trok, die geen verleden hadden met PSP, PPR of CPN, was er verder weinig ‘bloedgroepenstrijd’. Maar soms deden de oude pacifisten zich gelden, zoals in 1999, toen de partij verdeeld raakte over de vraag of de partij het militaire ingrijpen van Amerika in Kosovo moest steunen. Ook heeft GroenLinks lange tijd getobd met het leiderschap. Voor de verkiezingen in 1994 waren er meerdere kandidaten: Leoni Sipkes, Paul Rosenmöller en het duo Ina Brouwer en Mohammed Rabbae. Rabbae en Brouwer kwamen als winnaar uit de strijd. Maar de kiezers waren niet zo gecharmeerd van de onderlinge rivaliteit en dat leidde tot een verlies van een zetel bij de verkiezingen. In 1998 kwam de partij sterk terug onder de wat meer charismatische Paul Rosenmöller. Hij deed Groen- Links in 1998 groeien van vijf naar elf zetels. Zijn positie als politiek leider werd nog steviger toen hij in 2002 Pim Fortuyn tijdens een debat met studenten een koude douche bezorgde. Maar na de moord op Fortuyn stond alles wat links is in een kwaad daglicht en verloor GroenLinks weer een zetel. De affaire raakte Rosenmöller en hij legde zijn partijleiderschap neer. GroenLinks haalde bij de laatste verkiezingen in 2006 zeven zetels en staat nog maar een zetel boven het niveau van 1989. Toch leek het er bij de vorige kabinetsformatie even op dat regeringsverantwoordelijkheid in beeld kwam. PvdA en CDA hadden een derde partner nodig om te kunnen regeren en dat had GroenLinks kunnen zijn. Maar Femke Halsema schrok er al gauw voor terug. GroenLinks is toch vooral een getuigenispartij gebleven.